Wat is dysartrie?

Dysartrie is een spraakstoornis die wordt veroorzaakt door een aandoening in het zenuwstelsel. De benaming komt uit het Latijn, ‘Dys’ betekent niet volledig en ‘artrie’ komt van articuleren, uitspreken.

Deze aandoening verstoort de werking van één of meer spieren die betrokken zijn bij het spreken. Het is overigens niet hetzelfde als een taalstoornis zoals bijvoorbeeld afasie.

Hierbij is er sprake van een probleem in het spreken waarbij een gedachte of idee niet goed wordt omgezet in gesproken of geschreven taal.

Bij de aandoening dysartrie kan men de woorden en zinnen wel formuleren maar worden ze niet goed en duidelijk uitgesproken.

spreken met elkaar kleur dysartrie.comDe communicatie bij mensen met dysartrie is gestoord, omdat ze moeilijk te verstaan zijn.

Dit kan bijvoorbeeld komen door een onduidelijke uitspraak van zinnen en woorden, een te zachte of hese stem, eentonig of nasaal (door de neus) spreken of juist een combinatie hiervan.

Bij dysartrie als gevolg van een CVA (Cerebro Vasculair Accident) is er vaak sprake van een verlamming aan één kant van het aangezicht, waardoor de mimiek verandert.

Tevens kan hierdoor speekselverlies optreden. Er kunnen ook problemen bij het slikken optreden.

Oorzaken van dysartie

hersenen en verbindingen voor spraak en dysartrieDysartrie kan worden veroorzaakt door een aandoening van het zenuwstelsel zoals een beroerte (CVA), trauma, een hersentumor, ziekte van Parkinson, Multiple Sclerose (MS), ALS of Myasthenia Gravis. De ernst en het verloop van de spraakstoornis is sterk afhankelijk van het ziektebeeld en de fase van de ziekte.

Daarnaast kan dysartrie ook een symptoom zijn van bijvoorbeeld een CVA.

Functieniveaus

Om de ernst van de dysartrie aan te kunnen duiden is er een schaal gemaakt waarbij de beperkingen op niveau worden ingedeeld. Dit wordt ook wel de ernstschaal genoemd. De schaal is afkomstig van het RadboudUMC.

  1. Zeer ernstige dysartrie/anartrie: lip-, kaak- en tongbewegingen zijn nagenoeg onmogelijk, hierdoor kunnen geen afzonderlijke spraakklanken worden gemaakt. Er zijn slechts enkele geluiden hoorbaar. Afonie (onvermogen stemgeluid te produceren) of een zeer afwijkende stemkwaliteit. Er is daarnaast geen ademsteun om spraak te produceren.
  2. Ernstige dysartrie: er is sprake van extreme hypo- of hypertonie (verlaagde en verhoogde spierspanning), extreem verminderde bewegingsuitslag en/of snelheid van lip-, kaak- en tongbewegingen, waardoor voornamelijk open klinkers met enkele zeer duidelijke afwijkende medeklinkers hoorbaar zijn. Duidelijk afwijkende stemkwaliteit. Zeer trage spraak, slechts enkele lettergrepen per ademhaling mogelijk.
  3. Matige dysartrie: tonus (spierspanning), bewegingsuitslag en/of snelheid van lip-, kaak- en/of tongbewegingen zijn duidelijk afwijkend, waardoor afwijkende medeklinkers en klinkers. Er is sprake van een duidelijk merkbaar afwijkend spreektempo en stemkwaliteit. Afwijkende adembeheersing of ademspanne.
  4. Milde dysartrie: tonus, bewegingsuitslag en/of snelheid van lip-, kaak- en/of tongbewegingen zijn licht afwijkend, waardoor klinkers en medeklinkers licht afwijkend klinken. Lettergrepen en woorden kunnen correct uitgesproken worden, wanneer de patiënt zich erg goed concentreert. Licht afwijkende spreeksnelheid. Licht afwijkende stemkwaliteit. Licht afwijkende adembeheersing of ademspanne.
  5. Minimale dysartrie: er zijn beperkte articulatieproblemen, beperkte problemen met stemkwaliteit of adembeheersing. Vaak wordt dit niet opgemerkt door derden.
  6. Geen dysartrie: spraak passend bij leeftijd, cultuur, ontwikkelingsniveau.

Tips voor familie en vrienden

Iemand met dysartrie heeft moeite met de spraak maar weer wel degelijk wat hij of zij zegt. Het kan dan soms lastig zijn om te communiceren omdat je vaak iemand wil aanvullen of verbeteren waardoor er frustraties kunnen ontstaan. Hieronder volgen een paar algemene tips om een gesprek te voeren.

  • Zorg voor een rustige omgeving, zet de radio en televisie tijdens een gesprek uit.
  • Ga zo zitten dat u elkaar goed kunt zien en horen.
  • Zorg voor goed oogcontact. Als u iemands gezicht ziet, verstaat u elkaar beter.
  • Wees eerlijk: vraag de ander om te herhalen wanneer u de boodschap niet goed verstaan hebt.
  • Vraag bevestiging van wat u denkt begrepen te hebben,

“ik denk dat je bedoelt….”

  • Zorg voor pen en papier als het spreken erg onduidelijk is. Vraag eventueel om het bericht in steekwoorden op te schrijven.
  • Ga niet luider of op een kinderlijke manier praten. Degene met dysartrie begrijpt u prima.
  • Geef de patiënt genoeg tijd om te antwoorden op uw vraag.
  • Onderbreek de patiënt niet.
  • Iemand met dysartrie zal slechter spreken als hij moe is. Voer met name een belangrijk gesprek op een moment dat hij uitgerust is, bijvoorbeeld nadat  hij geslapen of gerust heeft.
  • Als er veel bezoek is, zorg dan dat de patiënt bij het gesprek betrokken wordt, praat niet over zijn/haar hoofd heen.
  • Wanneer herhaaldelijke pogingen om elkaar te verstaan mislukken, laat het gesprek dan even rusten. Probeer het later nog een keer of maak gebruik  van een andere manier van communicatie.